Als subsidieverdeler hoort u het regelmatig: wij loten niet, wij rangschikken. Aanvragen worden beoordeeld, gescoord en op volgorde gezet. De beste aanvragen krijgen subsidie, de rest niet. Klinkt logisch. Maar wat als die rangschikking minder objectief is dan u denkt?
Waarom rangschikken niet altijd werkt
Rangschikking werkt goed als de kwaliteitsverschillen tussen aanvragen groot zijn. De praktijk is anders. Bij veel subsidieregelingen scoren tientallen aanvragen nagenoeg gelijk. Het verschil tussen plek 10 en plek 15 hangt dan af van een halve punt op een subjectief criterium.
Commissieleden beoordelen dezelfde aanvraag anders. Onderzoek van het Rathenau Instituut laat zien dat bij wetenschappelijke subsidies de onderlinge betrouwbaarheid van beoordelaars laag is. Oftewel: met een andere commissie was de uitkomst anders geweest. Dat is geen eerlijke verdeling, dat is toeval verpakt als objectiviteit.
Eerlijke subsidieverdeling in de praktijk: een handleiding voor overheden
Het grijze midden: waar rangschikking vastloopt
Stel: u ontvangt 80 aanvragen voor 30 plekken. De top 15 is duidelijk sterk. De onderste 20 vallen logisch af. Maar die middengroep van 45 aanvragen? Die scoren allemaal tussen de 7,2 en 7,8. Het verschil is cosmetisch.
Hier ontstaat het probleem. Een commissie moet kiezen, maar de kwaliteitsverschillen rechtvaardigen die keuze niet. Het resultaat is schijnobjectiviteit: een ranglijst die preciezer oogt dan de onderliggende beoordeling toelaat. Bij bezwaarprocedures is dit een kwetsbaar punt. Aanvragers die net buiten de boot vallen, kunnen terecht vragen waarom een verschil van 0,3 punt het verschil maakte.
We dachten dat onze rangschikking waterdicht was, tot we zagen dat commissieleden dezelfde aanvraag twee punten anders scoorden. Dat was het moment dat we hybride loting gingen overwegen.
SUBSIDIECOÖRDINATOR, LANDELIJK STIMULERINGSFONDS
Het hybride model: rangschikken én loten
De oplossing is niet kiezen tussen rangschikken of loten, maar beide combineren. In een hybride model beoordeelt u aanvragen eerst op kwaliteit. Aanvragen die onder de drempel scoren, vallen af. De aanvragen die boven de drempel scoren, gaan door naar een gewogen loting.
Binnen die loting kunt u het commissie-oordeel meewegen: hoe hoger de score, hoe groter de kans. Maar u vermijdt de schijnprecisie van een harde ranglijst. Het resultaat is verdedigbaar, transparant en wiskundig reproduceerbaar.
Wat u wint met een hybride aanpak
Ten eerste: minder bezwaarprocedures. Bij loting is het resultaat wiskundig aantoonbaar. Aanvragers die uitgeloot worden, weten dat het proces eerlijk was. Dat is makkelijker te accepteren dan een commissie-oordeel waar je het niet mee eens bent.
Ten tweede: tijdsbesparing. De commissie hoeft niet meer iedere aanvraag tot op de komma te scoren. Een globale beoordeling boven of onder de drempel volstaat. Dat scheelt honderden uren per subsidieronde.
Ten derde: meer vertrouwen. Aanvragers die weten dat het proces transparant en reproduceerbaar is, zijn eerder geneigd om opnieuw aan te vragen. Dat vergroot de kwaliteit van het aanvraagveld op termijn.
Van of-of naar en-en
De vraag is niet of u moet rangschikken of loten. De vraag is waar u de grens trekt. Gebruik rangschikking waar die objectief werkt: het scheiden van sterke en zwakke aanvragen. Gebruik loting waar rangschikking tekortschiet: het kiezen tussen gelijkwaardige aanvragen. Zo bouwt u een subsidieverdeling die niet alleen eerlijk voelt, maar het ook daadwerkelijk is.